woensdag 22 februari 2012
20 december 2011
arrow

Zorgzaamheid

 

In het verleden probeerde mamma mensen het zoveel mogelijk naar de zin te maken. Als er bezoek kwam, was er vanalles in huis. Chocolade, chips, drinken, lunch, avondeten, toetje en meestal bakte of maakte ik zelf wel iets. Cake, taart, koekjes, muffins, quiche, soep of iets anders lekkers.
Tegenwoordig is er bijna niets meer in huis. Een restje chocolade, taaie chipjes, ranja en thee. Verder is het aanrecht gevuld met potjes babyvoeding, poedermelk, verdikkingsmiddel, tarwevlokken, mini rijstwafels en diverse drinkflesjes.
Voor jou heb ik eigenlijk altijd alles wel in huis, Thijs. Soms kan ik misschien een keer niet vers voor je koken, maar er is altijd genoeg keus voor jou. Zomerfruit, bosvruchten, peer en andere vruchten. Andijvie, hutspot, bruine bonen met appel, bloemkoolstamppot, etc.
Het is wel duidelijk dat mijn prioriteiten zijn verschoven.
In de winkel denk ik er gewoon niet meer aan dat er bezoek komt of dat ik eigenlijk iets lekkers zou maken voor de schilderclub. Daar denk ik pas aan wanneer het te laat is. 
Ik weet nog niet wat ik er van moet vinden. Is het een goede ontwikkeling, of niet? Is het goed dat ik minder met andere mensen bezig ben, of ben ik juist teveel met jou bezig? Ben ik al een verwend nest van je aan het maken, of zorg ik juist dat je een goede eter wordt en dat je niets tekort komt?
Is het prima dat ik niet meer zoveel vooruit denk, of mag ik juist wat meer stilstaan bij de buitenwereld?  
Op het moment heb ik eigenlijk de energie niet om er werkelijk bij stil te staan.
We zijn druk met de voorbereidingen voor het nieuwe huis, mamma probeert te schilderen en websites te bouwen en onderhouden. En daarnaast ook nog eens het vaste ritme van voedingen, wandelen en slaapjes in de gaten te houden. Oh, en eigenlijk wilde mamma ook haar studie weer op gaan pakken.
Maar eens zien hoe het loopt...
Wat ik in ieder geval zie, is een ventje dat iedere dag weer hard aan het werk is. Je kunt steeds beter kruipen, je ontdekt dat je spulletjes tegen elkaar aan kunt meppen, dat je aan haren kunt trekken, dat wanneer je op dat rare ding mept er een muziekje gaat spelen, dat je over mamma heen kunt klauteren, dat je kunt spugen en dat het heerlijk is om tussen een berg knuffels in slaap te vallen. Hoe zou ik nou niet iedere dag voor je kunnen zorgen?

arrow up naar boven
22 november 2011
arrow

Dankbaarheid

 

De afgelopen tijd liep ik met de gedachte rond dat ik wel een dagboekje wilde beginnen waarin ik per dag de leuke dingen op schrijf. Nu houd ik voor jou een boekje bij en dit blog, maar ik schrijf soms hele tijden niet, omdat ik dan niet de rust kan vinden om een lang stuk te schrijven. Ik heb dan geen inspiratie, wil niet steeds hetzelfde schrijven of ik wil niet weer iets negatiefs vertellen. Soms is het nodig om verdriet en onrust te delen, maar het is goed om dat ook weer los te laten. Het negatieve niet ontkennen, maar er ook niet in blijven hangen.
Een dagboekje waarin je iedere dag iets leuks op schrijft, heel kort, dat leek me wel wat. "Vandaag was het heerlijk weer. Vandaag gaf de mist een mystieke sfeer. Vandaag ben je lid geworden van de bibliotheek. Vandaag lag je in de box op je buik te slapen en toen je wakker werd, keek je me met een verfrommelt, maar stralend gezicht aan. Vandaag deed je lach mijn hart weer smelten. Vandaag hebben we samen gezellig aan tafel zitten eten."
Dat soort dingen. Het kost nog geen minuut om het op te schrijven, maar het zorgt voor een grote glimlach en een enorm gevoel van dankbaarheid.
En het leuke is dat ik het vandaag ook in de Happinez (een tijdschrift) las. Dat komt vaker voor: dat ik een idee heb en dat ik dan datzelfde idee ergens tegen kom. (Jammer genoeg komt het ook voor dat ik bepaalde kleding zoek en die nergens kan vinden en dat ik die dan een jaar later in iedere winkel tegen kom. Maar ja, dan wil ik al lang weer iets anders. )
Ook denk ik er al een tijdje over om het avondgebedje of een dankgebed in te voeren. Ik heb het van huis uit niet zo meegekregen, maar het lijkt me fijn om dankjewel te kunnen zeggen. Er is tenslotte zoveel om dankbaar voor te zijn. "Dankjewel dat ik al die volgespuugde slabbertjes in een wasmachine kan wassen. Dankjewel dat ik een auto voor de deur heb staan, maar dat ik ook een lange wandeling kan maken. Dankjewel dat we een prachtig huis hebben mogen kopen. Dankjewel dat ik diverse talenten meegekregen heb. Dankjewel dat ik, hoewel lang niet altijd meteen,  uiteindelijk overal wel het positieve van in kan zien. Dankjewel voor het heerlijk eten dat voor me staat of dat ik net gegeten heb."
Eigenlijk vraag ik me af waarom ik nog niet begonnen ben. Old habits die hard.
In de Happinez las ik nog iets anders: een dankbaarheid-ketting. Net zoiets als een rozenkrans, maar dan voor het opnoemen van 16 fijne dingen in plaats van wees-gegroetjes. De ketting is gemaakt van kleurige kralen van natuurlijke materialen.
Meteen wil ik er een voor je gaan maken. Ik wil dat met je delen, jou enthousiast maken. Ik wil je omringen met kleur en fijne dingen. Met positiviteit en creativiteit.
Maar misschien wil jij straks alleen maar zwarte kleding, heavy metal en spijbelen. Ook dat mag er dan, tot op zekere hoogte, zijn.
Het gaat er vooral om dat ik zelf ga leven wat ik voor jou wens. Wil ik fleurige kleding voor jou? Misschien moet ik beginnen met fleurige kleding voor mezelf. Wil ik creativiteit voor jou? Misschien mag ik dan nog net wat vaker schilderen en knutselen.
Anders stap ik namelijk net zo hard in die grote valkuil: dat jij waar moet maken waar ik van droom.
Nu, nu ga ik genieten van het feit dat ik in alle rust een kop koffie kan drinken. Dat jij heerlijk ligt te slapen, dat pappa het naar zijn zin heeft in New York en dat ik een scala aan plannen heb waar ik uit kan kiezen. Ik kan tekenen, websites bouwen, illustraties maken, mailtjes typen, etcetera etcetera. Ik kan me er door laten overweldigen, maar ik kan ook dankbaar zijn dat ik me niet hoef te vervelen als ik dat niet wil.

arrow up naar boven
17 november 2011
arrow

Kwetsbaarheid

 

Van moeilijkheden wordt je sterker, je kunt er lessen van leren. Wanneer je er alleen voor komt te staan, leer je zelfstandig te worden en je eigen oplossingen te bedenken. Misschien is het een stap naar volwassenheid. Want deel van volwassen worden, is dat je je eigen verantwoordelijkheid kunt dragen en zelfstandig beslissingen kunt nemen.
Ik ben het er helemaal mee eens: het is nodig dat je voor jezelf kunt zorgen. Het is fijn wanneer je niemand anders nodig hebt om gelukkig te zijn. Zeker wanneer je verwachtingen zou hebben omtrent de ander. Verwachtingen leiden geheid tot teleurstelling. Het is namelijk zo, dat zelfs als je verwachting waargemaakt wordt, het eigenlijk toch alleen een uitvoering van een bestaand idee is. Fijner is het wanneer je geen verwachtingen hebt, want dan is bijna alles een positieve meevaller. Jammer genoeg is dat makkelijker gezegd dan gedaan.
Verder zit ik met het volgende, Thijs. Voor jezelf kunnen zorgen is fijn en goed, maar hoe zit het met samen zijn? Samenwerken, gezelligheid, vriendschap, liefde. Het economische principe van synergie: 1 + 1 = 3. Dat houdt in dat je samen meer bent, dan elk afzonderlijk.
Is het niet fijn om te weten dat je eigenlijk best wel voor jezelf kunt zorgen, maar dat je er voor kiest om toch samen te zijn? Gewoon omdat het gezelliger is. En omdat je even niet wilt leren hoe je voor jezelf moet zorgen, maar wilt ervaren hoe het is om samen te lachen en te delen.
Want leren hoe je voor jezelf moet zorgen, hoe je sterk wordt en om kunt gaan met alles wat er op je pad komt, dat doe je door de week heen toch al. Daar heb je geen bijlessen voor nodig.
Oeps, volgens mij praat mamma nu meer over zichzelf dan over jou. Jij kunt al zelf je flesje vasthouden, een rijstwafel eten en met de lepel spelen, maar veel verder komt je zelfstandigheid nog niet. En dat is ook helemaal okay. Jij mag lekker baby zijn, met alle gemakken en - helaas ook - ongemakken.
Mamma mist soms een vriendin die een keer een middagje wat werk uit handen neemt of voor jou zorgt. Pappa is 's avonds en in het weekend thuis en hij helpt heel goed mee met jouw verzorging. Daar hoor je mij niet over klagen en mamma weet heel goed hoe ze het getroffen heeft. Dat neemt niet weg dat mamma nog wel eens behoefte heeft aan wat extra tijd. Niet om de stad in te gaan of "leuke" dingen te doen. Nee, mamma zou graag werken. Websites bouwen, bijvoorbeeld.
Natuurlijk kan dat ook tijdens je middagdutje (als je dat doet) of als je op je kamer ligt te spelen. Maar dat kost extra energie. Want mamma houdt dan heel goed in de gaten hoe het met je is, of je iets nodig hebt. Hoewel er een groot deel van mijn aandacht naar mijn werk kan gaan, blijft een deel met jou bezig. En dat is vermoeiend. Zo vermoeiend, dat concentreren vaak moeilijk is.
Hier moet mamma een weg in gaan vinden. Dat gaat vast wel lukken, want mamma is goed geworden in overal het beste van maken. De ene keer lukt dat heel snel, de andere keer duurt het wat langer.
Maar nu, nu is mamma even heel verdrietig en moe. Natuurlijk zou ik liever schrijven dat ik blij ben, maar ook verdriet hoort er bij. Ook mijn verdriet wil ik met je delen, zodat je me leert kennen zoals ik ben. Mamma wil leren om zich kwetsbaar op te stellen. Dat is een eigenschap die jarenlang ondergewaardeerd is, maar die mamma in ere wil herstellen.
Mamma vindt dat wel heel eng, hoor. Het is niet iets wat ik zomaar even doe. Maar ieder stapje is er eentje, toch?
Dikke kus voor jou! Je mamma

arrow up naar boven
07 november 2011
arrow

Veranderingen

 

Mamma voelt zich weer een stukje meer volwassen. Een aantal maanden geleden kreeg ze voor het eerst een eigen auto. Een grote auto, waar veel in kan. En nu, nu is daar het huis waar ze al jaren van droomde. Een twee-onder-een-kap met balkon, grote tuin, eigen oprit en dicht bij bossen en weilanden. Er is zelfs een garage waar pappa naar hartelust kan klussen.
Ik zie ons er al helemaal wonen. Jij kunt lekker spelen in de tuin, mamma drinkt koffie aan de eettafel of plant iets lekkers in de moestuin en pappa bouwt nieuwe luidsprekers in de garage.
Burgerlijk misschien. Maar ik merk dat ik steeds minder behoefte heb aan beroemd zijn of iets groots en geweldigs doen. Ik geniet juist van het gezinsleven en de mensen om me heen. Dan voel ik mijn hart. Niet wanneer ik nadenk over het boek dat ik nog wil schrijven, of die prachtige tekeningen die ik nog eens hoop te maken. Wanneer ik daar over nadenk, dan wil ik presteren en voel ik juist mijn tekortkomingen. Ik voel dan niet wat ik kan, maar alleen wat ik niet kan.
Terwijl zojuist, toen jij even heel hard moest huilen en ik je in mijn armen hield, mijn hart helemaal open ging. Ik voelde me gelukkig dat ik jou mocht knuffelen en dat ik samen met jou pijn en verdriet voelde. Dat ik zonder oordeel kon zeggen dat sommige dagen gewoon wat moeilijker zijn dan anderen. Dat het niet fijn is dat tandjes krijgen zoveel pijn doet en dat het hard werken is om iedere dag weer nieuwe dingen te leren.
En hard werken, dat doe je. Nieuwsgierig druk je je heel hoog op en kijk je om je heen. Je luistert naar wat iedereen te vertellen heeft, verbaasd je over muziek en vogeltjes. Je kijkt naar Truus de kat, speelt met je eten, leert alles over verschillende smaakjes en structuren, je kruipt naar achter en soms een klein beetje naar voren. Je voelt aan pappa's gezicht, trekt aan mamma's haren, je kletst als Brugman, kunt lekker wild spartelen, druk over mamma heen klauteren en uiterst tevreden in de box liggen kijken naar de vallende blaadjes en bewegende bomen.
Een wonder is het, steeds weer opnieuw. Soms een vermoeiend wonder, maar vaak gewoon een fijn wonder. Misschien ben jij, zoals ik in een artikel las, wel mijn goeroe.
Duidelijk is in ieder geval dat ik minstens net zoveel leer als jij. En net zo goed met vallen en opstaan, af en toe een huilbui en vaak een brede lach!

arrow up naar boven
07 oktober 2011
arrow

Mammadag

 

Je hebt vaderdag en moederdag, maar ook mammadag en pappadag. Ze betekenen niet hetzelfde. Een pappadag is een dag in de week dat een pappa niet voor geld aan het werk is, maar thuis voor zijn kleine man of dame zorgt. Er zijn volgens mij niet veel mamma's die vier dagen in de week werken, maar die mamma's hebben een dag in de week een mamma dag.
Ik weet niet of de mamma's die drie of twee dagen in de week werken ook mammadagen hebben. Ik vind eigenlijk van wel.
En weet je, ik vind eigenlijk dat ik zeven mammadagen per week heb. Afgezien van het feit dat ik de rest van mijn leven mamma zal zijn, werk ik zeven dagen per week niet voor geld en heb ik dus zeven mammadagen. Of vijf eigenlijk, want volgens mij kunnen mamma- en pappadagen alleen op werkdagen plaatsvinden.
Gelukkig ervaar ik de meeste mammadagen ook als moederdag. Ik word wakker en vind jou lachend naast mijn bed, je geeft me poepluiers cadeau, je maakt vingerverfsels met uitgespuugde melk, je gilt liedjes en je dekt de tafel en versiert de woonkamer met rondvliegend speelgoed. Soms verdenk ik je ervan zelfs al een kort toneelstukje op te voeren.
Soms voelen de mammadagen echter als werkdagen. Dan ben ik moe en onzeker en wil ik nog even niet wakker worden. Dan stinkt de poepluier en zit de emmer vol. Dan is de uitgesmeerde melk een vlek in het tapijt of op de bank. Dan gil je om aandacht en ben ik bang dat het rondvliegende speelgoed iets stuk maakt. Dan wil ik slapen en tijd voor mezelf.
Totdat ik bedenk dat ik helemaal niets moet. Dat ik mezelf veel meer opleg dan nodig is. En dan, dan zie ik weer de cadeautjes die je mij iedere dag geeft voor mammadag.  Dankjewel!

arrow up naar boven
21 september 2011
arrow

Pappa

 

Volgens mij is het niet makkelijk om pappa te zijn. Over het algemeen hebben pappa's minder last van hormonen dan mamma's, maar zij hebben als taak om hun spruit een beetje af te harden. Brrrrr, ik moet er niet aan denken.
Als mamma ben ik heel voorzichtig. Gooi ik normaal zomaar wat dingen in de pan en zie ik wel wat er gebeurt, jouw papje maak ik netjes volgens de richtlijnen klaar, Thijs.
En wanneer ik help bij het omrollen (wat steeds minder vaak nodig is), dan zorg ik dat je hoofdje netjes ondersteund is en dat je niet te hard neerkomt.
Pappa is daar wat minder mee bezig, zodat je hoofdje nog wel eens per ongeluk zachtjes op de grond stuitert. Dat heeft tranen als gevolg, maar je leert ook stukje bij beetje je grenzen kennen. En je leert dat je na het huilen gewoon weer verder kunt. Mamma leert dat je niet van suiker bent en wel tegen een stootje kunt. En dat de richtlijnen bij het maken van pap lang niet altijd zo streng opgevolgd hoeven worden, omdat de rijst niet op magische wijze minder voedzaam wordt wanneer je die tegelijk met de melk opwarmt.
Het is niet zo dat ik alles heel bedachtzaam en netjes doe (inmiddels heb ik wel geleerd dat je niet constant onder het dekentje hoeft te liggen, best wel een paar seconden zon in je gezicht kunt hebben, niet stante pede uit de kleren hoeft bij een poepluier en best een minuutje mag huilen als je honger hebt), maar er zijn wel dingen die ik heel bewust los moet laten. Pappa helpt mij daarbij, gewoonweg door pappa te zijn. Dat levert wel eens woorden op, maar uiteindelijk ben ik er blij mee, omdat we naar mijn idee bij het juiste midden uitkomen.
Pappa leert dat een 3-standen speen wel degelijk 3 verschillende standen heeft en mamma leert dat je sokjes maar gewoon uit moeten blijven wanneer je ze 10 keer achter elkaar uit hebt getrokken en het toch 20 graden in de woonkamer is.
We geven en nemen en uiteindelijk zijn we echt samen pappa en mamma.

arrow up naar boven
14 september 2011
arrow

Heen en terug

 

Trots als een pauw ben ik. Ik was het regelmatig en zal het nog vaak zijn. Vandaag ben ik zo enorm trots op je, omdat je sinds een week van je rug naar je buik rolt. Maar dat is nog niet alles, sinds vandaag kun je ook van je buik weer naar je rug.
Waar ik nog het meest van geniet, is van het feit dat je zelf ook enorm trots op jezelf bent. Je ogen, nee, je hele lichaam straalt! Dat is gewoon machtig mooi om te zien en ik heb er geen woorden voor om het te omschrijven. 
Wat in het boek "Oei, ik groei" staat, klopt weer. Je lijkt van de ene op de andere dag ineens zoveel te kunnen. Je proest, je steekt je tong uit, je probeert aandacht te trekken, je rolt en je kunt stilletjes babbelen, maar het ook enthousiast uitschateren.
Je doet als bijna alle kindjes, maar toch ben en blijf je zo enorm bijzonder. Voor mij ben je gewoon de liefste, de beste, de mooiste en de geweldigste.

arrow up naar boven
19 augustus 2011
arrow

De Poepstoel

 

Thijs, je hebt bij ons thuis een nieuw concept geïntroduceerd: de poepstoel. Een tijd geleden heeft pappa een wipstoeltje voor je gekocht, zodat je tijdens het ontbijt en het avondeten gezellig bij ons op tafel kunt zitten. Hartstikke leuk, we genieten er allemaal van. Sinds een week heb je echter een nieuwe functie aan het stoeltje toegevoegd. Vrijwel standaard klinken er halverwege de maaltijd geluiden alsof er een modderstroom onze kant op komt en niet lang daarna komt de geur van verse poep ons tegemoet.
We opperden het idee om een gat in de stoel te maken, zodat je je eigen koninklijke poepstoel hebt. Maar nee, gezien het feit dat er eten op tafel staat, lijkt ons dat toch niet zo verstandig. Jij leek ook niet zo blij met het voorstel.
In ieder geval weet mamma nu hoe ze de bekleding van het stoeltje af moet halen en doet de wasmachine met regelmaat braaf zijn werk. Al snel is het stoeltje klaar voor de volgende boodschap.
En Thijs, mamma weet heel goed dat ze een handdoek in het stoeltje kan leggen, maar jij bent zo'n acrobaat die het voor elkaar krijgt om daar dan net langs te poepen. Heel knap, want daar moet je echt moeite voor doen, volgens mij. Verder is mamma ook vaak met haar gedachten ergens anders en bedenkt ze zich pas wanneer ze het bekende geluid hoort: "Oh ja, daar moest nog een handdoek onder..."
Gelukkig kunnen we er allemaal om lachen, ook pappa.

Inmiddels hebben we ook een oplossing gevonden voor het feit dat er nog even geen andere kindjes in huis zijn. Ik ga gezellig met je voor de spiegel zitten en je kijkt dan je ogen uit. "Wat een knap jongetje is er op bezoek", lijk je te denken. "Daar wil ik graag mee spelen!"
Soms leg ik je op je buik, soms op de rug, soms zet ik je zittend tegen me aan. Iedere keer is het weer een groot succes. Ergens tussen 17 en 18.30 uur is het Thijs-ontmoet-Thijs-tijd. 
Mamma heeft er een filmpje van gemaakt en dat kun je hier bekijken:

arrow up naar boven
11 augustus 2011
arrow

My Son

 

My son, my son
You're everything to me
My son, my son
You're all I hoped you'd be
My son, my son
My only pride and joy
God bless and keep you safe
My own, my precious boy

For all the care and heartache
    life has brought to me
One precious gift had made it
   all worthwhile
For heaven blessed and with
   great joy rewarded me
For I can look and see
My own beloved son

My son, my son
Just do the best you can
Then in my heart I'm sure
You'll face life like a man
My pride and joy
My life, my boy
My son, my son

- Vera Lynn

Bovenstaand gedicht/songtekst las ik in het boek Tonio van A.F.Th. van der Heijden. Een prachtige songtext waarin ik mij herken en die me blij maakt.
Het boek is afwisselend vertederend en hartverscheurend. Waarom ik het lees, Thijs? Omdat het vanuit gevoel is geschreven, puur en werkelijk. Het geeft inzicht in iemands leven als mens.
Ik hoop zulk een pijn nooit mee te hoeven maken. Vond ik het altijd prima dat het leven eindig is, Thijs, jou gun ik een gelukkig leven zonder einde. Het eeuwige leven. En zelfs mezelf hoop ik nu oud te zien worden, zodat ik zo min mogelijk van jou hoef te missen en zodat ik er zo lang mogelijk voor je kan zijn.  
Ik geloof in zielen en eeuwige energie, maar ik geloof ook in gekmakende pijn die nooit meer overgaat en die je als mens uit elkaar kan scheuren.
Woorden schieten tekort om zoiets te beschrijven.
Niet voor niets is het een cliché: met een geboorte zet je ook de dood in werking. Maar je hoopt dat het een redelijk natuurlijk verloop zal hebben. Dat je kinderen, je partner en jij vol geluk en gezondheid een hoge leeftijd halen en dan voldaan afscheid nemen.
Thijs, ik ben zo bang je te verliezen. Zie mezelf met jou in mijn armen van de trap vallen. Ik zie me de kinderwagen achteloos de weg op duwen, terwijl er een auto hard aan komt rijden. Ik zie je uit bed vallen en op je hoofd terecht komen, ik zie je stikken in een knuffelbeestje. Soms beneemt die angst me de adem, krijg ik er hoofdpijn van. Die beelden zijn gekmakend. Maar tegelijkertijd voel ik hoeveel ik van je hou en hoe voorzichtig ik met je wil zijn. Ik voel dan mijn hart voor je open gaan.
Mijn ventje, met welk recht heb ik je op deze gevaarlijke wereld gezet?
En toch, terugdraaien wil ik het niet. Je bent mijn hart, mijn ziel, mijn alles. En ik ga mijn best doen om te vertrouwen en jou te laten zijn en te laten beleven.

Bah, wat is het soms toch moeilijk om woorden te vinden die uitdrukking geven aan wat er allemaal in me leeft. Ik weet niet hoe het kan, maar door het lezen over Tonio voel ik me meer mezelf, meer moeder, meer compleet in dualiteit. Intens verdrietig en angstig, meevoelend, meelijdend, maar ook dankbaar en gelukkig. 
Thijs, ik hoop dat jij beter gaat zijn in woorden dan je moeder. Dat jij uitdrukking weet te geven aan wat er allemaal in je leeft. Wat een wonder zal dat zijn.  

arrow up naar boven
08 augustus 2011
arrow

Wat ben je groot

 

Mijn kleine Thijs, wat ben je groot. Niet alleen wil je al zitten, staan en kruipen. Nee, ook lichamelijk kan het je niet snel genoeg gaan. Je bent zo groot als een baby van vijf maanden en zo zwaar als een kindje van vijf en een halve maand. Soms vergeet ik dat je pas drie maanden bent en nog alle tijd hebt om vanalles te leren. Dan zie ik wat je wilt, maar nog niet kunt en dan wil ik je helpen. Maar Thijs, het heeft geen haast. Geniet er van om te zijn wie je bent, zoals je bent. Schep je er plezier in om te groeien en bezig te zijn, ga dan vooral door. Maar heb je zin om lekker te slapen, te knuffelen of gewoon te liggen, doe dat dan vooral. Je hebt nog zoveel tijd om de wereld te ontdekken.
Ik zie hoe interessant je andere kindjes vindt. Wat dat betreft zou een creche misschien niet zo verkeerd voor je zijn. Aan de andere kant zie ik ook dat je het heerlijk vindt om in stilte te spelen en lekker in je eentje bezig te zijn.
Mamma zijn, is voortdurend keuzes maken. Wat is er mogelijk, wat is goed, waar voel ik me het beste bij, waar voelt mijn kleintje zich het beste bij... Ik begrijp goed dat het voor sommige mensen minder zwaar is om buiten de deur te werken, dan om een hele dag voor een klein wondertje te zorgen. Je wilt het zo graag goed doen. Afgestemd zijn. En er is zoveel om uit te kiezen, er zijn zoveel meningen.
Deze week zie je in ieder geval verschillende kindjes. Gisteren kwam er een speelse kleine meid bij je op bezoek, vandaag zag je kindjes bij het consultatiebureau, morgen gaan we op bezoek bij een kindje dat precies twee maandjes ouder is dan jij. En wie weet wie je nog allemaal gaat ontmoeten.
En nu... nu lig je heerlijk te slapen en te dromen en ben je eventjes helemaal mijn kleine man, mijn baby'tje, mijn grote kleine wonder.

arrow up naar boven
20 juli 2011
arrow

Fulltime moeder

 

Tijdens mijn zwangerschap - en eigenlijk daarvoor al - dacht ik dat ik het heerlijk zou vinden om fulltime moeder te zijn. Niets hoeven missen van jou, Thijs, en je overal in kunnen begeleiden; dat leek me heerlijk. In gedachten zag ik me aan tafel zitten met knutselspulletjes, puzzels, boekjes, etc. Ik zou weten wat je wilde en nodig had en je dat te allen tijde kunnen bieden. Daarbij natuurlijk mijn rol als moeder niet vergetend. Soms is wat jij wil niet per definitie ook wat je nodig hebt, namelijk.
Ik zag voor me dat ik je veel zou knuffelen, mits je dat fijn zou vinden. En dat we koekjes zouden bakken, wandelingen zouden maken en ach, ik weet niet wat voor activiteiten nog meer.
Jou op laten groeien tot sterke en zelfverzekerde man, dat zou mijn werk zijn. Wat zou ik nog meer nodig hebben?
Ik heb verschillende banen gehad en nergens kon ik echt mijn ei in kwijt. Of het nou uitdagend en op niveau was, of eenvoudig en onder mijn kunnen. Met mensen werken, dat heb ik altijd leuk gevonden. Als moeder werk je bij uitstek met mensen. Het is het wonder van iemand op zien groeien en tot ontwikkeling zien komen. Of eigenlijk, van ontwikkeling zien veranderen.
Met plezier vertel ik aan pappa wat je allemaal al kunt, of gewoon wat je hebt gedaan. Ik vertel dat ik trots ben, of moe, of blij, of wat dan ook. En dan begint het te knagen... het oude gevoel van niet goed genoeg zijn. Van lui zijn. Ik kan niet vertellen dat ik iets heel goeds of moeilijks heb gedaan. Ik kan niet vertellen over werk, want mijn werk is juist jou loslaten en je ding laten doen op je eigen tempo. Jou op geheel eigen manier tot bloei laten komen. Soms daag ik je wel uit, geef ik je wat nieuws te spelen, maar altijd met mate. En wat is daar nou voor leuks over te vertellen? "Ik heb Thijs een rammelaar aangeboden en gekeken of hij hem al wil pakken. Dat wilde hij nog niet, dus ik laat het nu maar even."
Sja, dat was het dan... Toch anders dan een uitgebreid verhaal over een klant, een project of een gesprek met een collega. Ik kan wel vervolgen met "Oh ja, ik heb ook nog even gepoetst, toen Thijs lag te slapen." Maarja, dat is nou ook niet echt nieuws van de grootste orde. Poetsen, dat is iets wat andere mensen naast hun werk doen. In het weekend, of 's avonds. Net als moeder zijn, eigenlijk.
Ik merk dat ik in de verdediging begin te schieten. Dat ik na aan het denken ben over wat ik voor werk kan gaan doen, zodat ik dat in ieder geval kan vertellen. "Ja, nu zit ik nog wel thuis, maar ik ben druk bezig om werk te zoeken." Of anders "Ja, ik zit thuis, maar ik heb een eigen bedrijfje. Ik maak tekeningen, schilderijen en websites. Het is heerlijk om dat te combineren met de zorg voor Thijs."
Waar komt het vandaan dat ik geen genoegen neem met fulltime moederschap. Is het werkelijk zo dat het voor mij niet voldoende is? Of komt het voort uit schuldgevoel?
Ik ben bang dat het voortkomt uit schuldgevoel. En daar ben ik niet trots op, Thijs. Want wat maakt het nou uit wat andere mensen denken? Waarom laat ik mijn geluk van hen afhangen?
Ik wil jou op laten groeien tot zelfverzekerde man, maar hoe kan ik dat, wanneer ik me laat leiden door wat anderen vinden? Waar is mijn eigen zelfverzekerheid? Waar is de Anke die zegt "ik geniet van het voorrecht om thuis te kunnen blijven. Ik geniet van het feit dat ik de tijd kan nemen om uit te zoeken of ik wil werken. Ik ben blij dat ik zoveel tijd met Thijs door mag brengen, want dit is eens en nooit weer. Websites bouwen kan ik nu, volgende week en over drie jaar. Maar Thijs, die is alleen nu een baby'tje."
Bij deze zeg ik het Thijs. Bij deze zeg ik tegen mezelf dat ik goed genoeg ben zoals ik ben en dat het goed genoeg is wat ik doe. Of dat nou een dag druk bezig zijn is, of een dagje luieren. Ik weet dat ik hard werk als moeder. En ik weet dat ik niet lang stil kan zitten. Dat wanneer de tijd er rijp voor is, dat ik dan heus wel weer ga tekenen, schilderen en wat al niet meer. Waarom mee doen aan de gejaagdheid van deze samenleving, wanneer ik het voorrecht geniet daar niet aan mee te moeten doen?
Thijs, wij gaan van elkaar genieten. Lekker in onze bubbel. En met trots vertellen we straks aan pappa dat we hard gewerkt hebben. Jij was druk met drinken, spelen, poepen en slapen. En mamma, die was druk met van jou genieten.  

arrow up naar boven
15 juli 2011
arrow

Voorbeeldige baby

 

Thijs, je bent een voorbeeldige baby. Je huilt eigenlijk alleen wanneer je het gevoel hebt dat je de hongerdood zult sterven, denkt dat je dood gaat van de warmte of de kou, buikpijn hebt of wanneer je je niet veilig voelt.  En wie kan je dat kwalijk nemen?
Ik niet! Nou ja, behalve wanneer je heel hard in mijn oor aan het gillen bent. Of wanneer ik eigenlijk toch wel heel graag zou willen koken of eten zonder alarm op de achtergrond. Want ik als mamma weet dat jij niet dood zult gaan van de honger en dat het dekentje nu misschien eventjes koud is, maar in no-time lekker warm zal zijn. Ik weet wanneer jij weer je flesje met melk krijgt en ik weet dat ik maar een half uurtje tijd nodig heb voor mezelf en dat ik er daarna weer 100% voor je ben.
Wanneer je buikpijn hebt, huil ik het liefst met je mee. Dan wil ik die pijn uit je trekken en van je overnemen, zodat jij het niet hoef te voelen. Gemeen was het, dat we je weer gewone melk gaven, terwijl we eigenlijk wel weten dat je daar gevoelig voor bent. Gelukkig had mamma stiekem alweer speciale melk gekocht, ook al mag dat eigenlijk nog niet van de dokter.
Wanneer je je onveilig voelt, dan doet mamma haar best om weer veilig te zijn. Ik geef je knuffels, loop met je rond, zing zachtjes voor je, of maak een troostend "shhhhh" geluid dicht bij je oor. Ik ben er dan helemaal voor jou en probeer mijn gedachten stop te zetten. Toch ben ik bang dat je zult moeten leren dat er soms ruzie is en verdriet. Hoe fijn het ook zou zijn wanneer er alleen maar liefde, geluk en blijdschap is, dat is jammer genoeg nog niet het geval. Ik hoop dat je sterk wordt, dat je zult weten wat er aan de hand is en dat je er mee om kunt gaan. Soms zul je zelf in kunnen grijpen, soms zul je moeten accepteren dat jij er niets mee te maken hebt en dat anderen het zelf op moeten lossen. Weet in ieder geval dat ik hoe dan ook van je hou en dat pappa heel veel van je houdt. Ook wanneer je ontzettend hard aan het gillen ben, niet wilt slapen of ons 's nachts wakker maakt, omdat je je alleen voelt. En ook wanneer pappa en mamma eventjes ruzie maken, omdat ze niet direct aan elkaar duidelijk kunnen maken wat ze voelen en willen. Dat komt altijd weer goed.
Weet je trouwens dat ik enorm trots op je ben? Eigenlijk gewoon al om wie je bent. Maar ook omdat je je hoofd al heel hoog op kunt tillen wanneer je op je buik ligt. En omdat je je hoofd al goed recht kunt houden wanneer je zit zonder steun bij je hoofd (maar wel met een mamma's handen in de buurt om snel in te grijpen als het nodig is). 
En ik vind het heel erg leuk dat ik al korte gesprekjes met je kan voeren. Dat je lacht en brabbelt en reageert op mijn stem. Dat is heel gezellig zo!
Verder kun je al helemaal zelf spelen op het speelkleed, onder de babygym. Het liefst met mamma aan je voeten, want je zoekt graag oogcontact en vindt het fijn wanneer ik je voetjes en buikje aai. Maar je kunt het ook al heel goed helemaal alleen. Luisteren naar de belletjes, kijken naar de bewegende beestjes en lekker wapperen met je handjes en voeten.
Wat groei je toch hard, wat gaat het toch snel. Nog eventjes en we kunnen samen filmpjes en foto's kijken van toen je nog klein was.  

Tot slot een oud rijmpje. Jij bent een "Tuesday child" en pappa en mamma zijn allebei "Thursday children"

Mondays child is fair of face,
Tuesdays child is full of grace,
Wednesdays child is full of woe,
Thursdays child has far to go,
Fridays child is loving and giving,
Saturdays child works hard for his living,
And the child that is born on the Sabbath day
Is bonny and blithe, and good and gay.

arrow up naar boven
27 juni 2011
arrow

Thijs acht weken oud

 

Wat hou ik toch van je, kleine man. Ik ben zo blij met jou, dat jij mij als je mamma hebt uitgekozen. Ik geniet van je lachjes en van wat je allemaal al kunt. Je tilt je hoofdje al erg hoog op, omdat je niets wilt missen. En het liefst zou je al zitten, kruipen en staan. In je nieuwe wipstoeltje zit je als een directeur aan (op) tafel. Je kijkt toe hoe pappa en mamma zitten te eten en ziet dat het goed is.
Maar je bent ook nog echt een klein babietje, want je sabbelt het liefst op mamma's pink. Hoe groot en stoer je ook al bent, als een klein hoopje zoek je geborgenheid in mijn armen en het liefst zou je in me kruipen. En ik, ik zou je het liefst in een buideltje stoppen, de hele dag met je knuffelen en spelen.
Dat kan alleen niet, want ik ben zo moe. Trillend op mijn benen van vermoeidheid sta ik soms naast de commode. Mijn lach vertrekt soms in een grimas, omdat ik het niet altijd meer volhoudt om met je rond te lopen of met je te spelen. Tranen lopen soms over mijn wangen, wanneer jij huilt. Omdat ik niets voor je kan doen, het ook niet meer weet.
Het hoort er allemaal bij. Een kindje krijgen is een wonder, het is fantastisch en geweldig. Maar het is ook zwaar. Ik wil er steeds voor je zijn, je geven wat je nodig hebt. Het is alleen niet altijd duidelijk wat dat is. En er zijn ook momenten dat ik zo graag even wat extra wil slapen, ook al slaap je al zo goed door.
Soms denk ik dat ik je tekort doe. Dat ik meer voor je zou moeten doen. Dan voel ik me een slechte moeder. Jij praat en huilt, maar ik weet niet wat je bedoelt.
Gelukkig komen er daarna altijd weer de fijne momenten. Dat ik me bedenk dat ik mijn best doe, dat ik je alles geef wat ik in me heb, ook al is het niet zoveel als ik soms zou willen. En dat ik jou de ruimte mag geven om op je eigen tempo dingen te ontdekken, dat ik niet alles hoef te weten of in te vullen. Jij bent een krachtig ventje, dat voel ik. Krachtig en tevreden. Je bent een topkerel.

arrow up naar boven
14 mei 2011
arrow

De bevalling en daarna

 

Eindelijk, na lang wachten, is op 3 mei 2011 om 03.39 uur onze prachtige zoon Thijs Maria Hulsebos geboren. De bevalling is een moeizaam proces geweest, maar Thijs is helemaal gezond en tevreden. Alle testjes en onderzoeken geven een goede uitslag en daar zijn we natuurlijk ontzettend blij mee.

Bij deze een kort verslag van de bevalling en wat er aan vooraf ging.

 

Op 22 april ging ik samen met een vriendin naar het ziekenhuis en kreeg  daar een GUO waarop te zien was  dat Thijs in blakende gezondheid verkeerde. Zijn orgaantjes waren prima in orde en hij had een mooi speklaagje op zijn buikje. Thijs gaf ons zelfs zijn “thumbs up” en met  drie extra echo foto’s en de melding dat meneer zo’n 4200 gram woog, ging ik weer naar huis. De grote hoeveelheid vruchtwater had er waarschijnlijk mee te maken dat Thijs zo groot was en daardoor ook meer plaste.

Later op de dag kreeg ik het idee dat de bevalling op gang kwam, want ik voelde me week en had steken in mijn buik. De bevalling  zou echter nog een tijdje op zich laten wachten.

Tijdens het paasweekend had ik het moeilijk met zwanger zijn. Mijn buik voelde heel zwaar, ik was snel moe en ik wilde gewoon weten hoe Thijs er uit zag en hoe het zou voelen om hem in mijn armen te houden. Natuurlijk wilde ik het wel het beste voor Thijs, maar af en toe werde het me even teveel. Vooral het vooruitzicht dat ik naar zowel de verloskundige als de gynaecoloog zou moeten, stond me tegen. Naar mijn idee was het drukte om niets en de bezoekjes kostten me veel energie, omdat ik er met de fiets naartoe moest. Tegenwoordig wordt er wel erg makkelijk gedacht dat je over een auto beschikt, of dat je man een dagje vrij neemt. Die vrije dagen wilden we liever gebruiken voor na de bevalling en misschien een korte vakantie.

Gelukkig kwamen mijn ouders een middag op bezoek en heb ik samen met Edo koekjes gebakken en pizza gemaakt, zodat de tijd toch nog een beetje vlug voorbij ging. En ik heb nog van de gelegenheid gebruik gemaakt om mezelf te fotograferen met mijn dikke buik. Achteraf gezien heel fijn, want een weekje later was het gedaan met die dikke buik.

Op 27 april had ik een standaard controle bij de verloskundige. Ik bleek echter een hoge bloeddruk te hebben (150/95) en ze wilde me voor de zekerheid toch weer aan een CTG hebben. Het nieuwe ziekenhuis werd die dag geopend en dat betekende dat ik een fietstocht van 6 kilometer moest ondernemen. Aan een taxi dacht ik gewoonweg niet en de busdienst is niet heel handig geregeld.

Onderweg kwam ik de vrachtwagens onder politie-begeleiding tegen, waarin pati ënten werden vervoerd. Erg interessant om te zien, maar ik was ook wel blij dat ik zelf niet in zo’n vrachtwagen lag.
In het ziekenhuis was het grote chaos. Veel spullen waren nog niet verhuisd en de artsen en verpleging moesten nog uitzoeken waar alles lag en hoe het functioneerde. Terwijl ik aan de CTG lag en later op de uitslag wachtte, kwamen er regelmatig mensen binnen lopen om de kamer te bekijken. Begrijpelijk, maar voor mij niet echt leuk. Het huilen stond me nader dan het lachen en dan is het niet prettig dat je niet weet wie er nou voor jou komt en wie alleen maar even zomaar binnen komt lopen, hoe vriendelijk er ook geknikt werd.

De uitslag van mijn bloed en de CTG waren prima en ik mocht weer naar huis. Wel werd duidelijk dat ik in het ziekenhuis moest bevallen. Het mocht onder begeleiding van mijn verloskundige, maar ik koos voor een bevalling onder een medisch team. Dat zou me in ieder geval de extra controles van de verloskundige besparen, zo dacht ik.

De volgende dag had ik een afspraak bij de gynaecoloog. Ook gewoon een standaard controle. Dit keer had Edo vrij genomen om met me mee te gaan, want ik zat toch wel erg vaak in mijn eentje in het ziekenhuis. Hij wilde wel weten wat er nou precies allemaal gaande was.
Ergens dacht ik dat Murphy’s law op zou gaan en dat de controle normaal zou verlopen en Edo voor niets vrij zou hebben genomen.  Dit was echter niet het geval. Mijn bloeddruk was wederom erg hoog en een nieuwe CTG werd raadzaam geacht. Dat betekende een ritje van de polikliniek van het oude ziekenhuis naar de verloskamers in het nieuwe ziekenhuis. Ik had gevraagd of het mogelijk was om me in te leiden, want wat ik er over gelezen had, klonk toch wel aantrekkelijk. De gynaecoloog vertelde echter dat het in de praktijk niet zo rooskleurig is. Bij een inleiding is er verhoogde kans op een bevalling met vacuümpomp of zelfs een keizersnee. Veel beter is het om de bevalling natuurlijk op gang te laten komen. Nu ik dat wist, had ik er ook wel begrip voor dat niemand er nog over begonnen was. Maar je moet het maar net weten.  De één zegt met 36 weken dat ze de kleine vast niet lang laten zitten, de ander wacht net zo lief tot 42 weken.

Na de CTG van donderdag werd me toch aangeraden om me in te laten leiden. Ze zagen dat ik er doorheen zat qua zwangerschap en mijn bloeddruk zou waarschijnlijk eerder hoger worden dan lager. Op vrijdag zaten ze al helemaal vol, maar ze zouden me voor zaterdag op het rooster zetten. Ik moest dan wel even om 6.30 uur bellen, voor het geval de verloskamers toch vol zouden zijn.

De vrijdag heb ik al poetsend doorgebracht. Nog even het huis helemaal op orde, alle was gedraaid en nog wat laatste dingetjes gekocht  in het winkelcentrum. Een extra nachthemd, een tijdschrift, dat soort dingen. Ik was er helemaal klaar voor en hoopte dat de bevalling zich alsnog spontaan aan zou dienen.

Dit gebeurde niet en zaterdagochtend belde ik het ziekenhuis. Wat ik al verwacht had, was ook zo: de verloskamers lagen vol. Ik moest wel weer langs komen voor een CTG en om mijn bloeddruk te laten meten, maar mocht daarmee wachten tot 10 uur. We waren voor niets vroeg opgestaan dus en konden ons bed weer in.

Later die dag bleek mijn bloeddruk wat gedaald en de CTG liet wederom positieve data zien. Met Thijs was alles prima in orde en ik had nog geen harde buiken. Ik was bang dat ik nu niet ingeleid zou worden (door al het heen en weer gereis kon een natuurlijke bevalling me even gestolen worden), maar ik werd voor de volgende dag op het rooster gezet. Dit keer zou ik de eerste zijn die aan de beurt zou komen, maar ik moest evengoed voor de zekerheid even bellen.

Edo had heel erg met me te doen, maar kon er ook niets aan veranderen. Om de dag een beetje leuk door te brengen, hebben we potgrond gehaald bij de Praxis en daar ook een broodje gegeten. ‘s Middags heb ik wat plantjes gezaaid en ‘s avonds heeft Edo voor me gekookt. Al met al was het best een fijne dag.

‘s Nachts sliep ik niet zo goed en om 6.30 uur hing ik weer aan de telefoon met het ziekenhuis. Tot mijn verbazing mocht ik komen voor de inleiding. Hoera, het einde (en een nieuw begin) was in zicht!

Om 7 uur stonden we voor een gesloten deur. We moesten de portier bellen, maar dat wisten we niet. We zochten naar een andere ingang, maar die was er niet.

Een kwartiertje later stonden we eindelijk op de afdeling en werd ik mijn kamer gewezen. Een hele grote suite, helemaal voor mij alleen. Het zag er super uit. Voor Edo stond een luxe stoel klaar, die hij binnen 5 minuten omgebouwd had tot bed. Dat vond ik in eerste instantie een beetje overdreven, maar later gaf ik hem groot gelijk. Het duurde namelijk nog tot 10 uur voor iemand tijd voor ons had.

Toen werd ik aangesloten op de CTG en de bloeddrukmeter en werd de eerste gel ingebracht. Spannend! Al  heel snel werden er harde buiken zichtbaar op de CTG en dat gaf me hoop. Ik voelde er nog vrij weinig van, dus ik las wat in mijn tijdschrift en kletste met Edo.
Om 13.30 uur was er echter nog steeds niets gebeurd en toen werd de tweede gel ingebracht. Nadat ik nog een half uurtje aan de CTG en de bloeddrukmeter had gelegen, mocht ik van de apparatuur af en heb ik met Edo een wandelingetje gemaakt. Het was echt prachtig weer en achter het ziekenhuis ligt een heel mooi natuurgebied. Echt ver wandelen kon ik niet door de harde buiken, maar het was wel fijn om even in de buitenlucht te zijn. En Edo was zo lief om bij een tankstation nog een waterijsje voor me te kopen. (Het restaurant en het winkeltje in het ziekenhuis waren nog in aanbouw).

Omdat er veel activiteit in mijn baarmoeder was, wilde de gynaecoloog in eerste instantie liever nog even wachten met het inbrengen van de derde gel. ‘s Avonds was er echter nog geen enkele verandering, dus werd de gel alsnog ingebracht. Intussen had ik mijn ouders gebeld en die kwamen op bezoek. Dat was fijn, want het gaf wat afleiding. Een goede tip van de gynaecoloog en ook mijn ouders hadden het goed aangevoeld.

Edo was behoorlijk moe van een hele dag in het ziekenhuis zijn, dus die ging ‘s nachts naar huis om daar even goed uit te rusten. Het zag er namelijk niet naar uit dat de bevalling snel op gang zou komen. En anders was hij nog binnen een half uur ter plaatse. Mijn moeder was zo lief om de wacht van hem over te nemen.

‘s Nachts kwam de dienstdoende assistent-gynaecoloog kijken hoe het er voor stond. Ondanks alle hevige contracties schoot de ontsluiting niet op. Ze wilde nog wat beter voelen, maar tijdens het toucheren brak per ongeluk mijn vruchtwater. Het ging met een klein plopje, maar er kwam een vloed aan vruchtwater uit me lopen. Het vlies was al zo dun, dat het anders binnen enkele uren uit zichzelf gesprongen zou zijn, zo werd me verzekerd.

Omdat de weeën volgens de arts hevig zouden worden, gaven ze me een slaapmiddel met pijnbestrijding. Ik wist niet goed wat er van te denken, maar ging maar gewoon akkoord. De arts zou het wel weten, dacht ik. Ze verving de uitwendige CTG door een inwendige. Het leek me wel heel vervelend voor Thijs om haakjes op zijn hoofdje te hebben, maar wat moest, dat moest.

Van slapen kwam heel weinig, maar ik kon wel wat rusten tussendoor.

Om 6.20 uur voelde ik steeds sterkere weeën en vroeg ik mijn moeder om Edo te bellen. Hij kon nog niet echt iets doen, maar ik wilde hem gewoon in mijn buurt hebben. Dat gaf me een veilig gevoel. Wel zei ik dat hij niet heel veel haast hoefde te maken, omdat ik wel aanvoelde dat de bevalling nog niet snel op gang zou komen.

Op een gegeven moment kreeg ik een infuus om de weeën te versterken, want ik zat nog maar op 4 cm ontsluiting en er zat geen vaart in.  

De weeën werden inderdaad krachtiger, maar de ontsluiting vorderde niet. Alles wat ik tijdens zwangerschapsyoga had geleerd en wat ik in mijn geboorteplan had geschreven, kon overboord. Ik lag in bed en kon alleen een klein beetje draaien. Onder de douche gaan, er bij gaan zitten of lopen, dat was er allemaal niet bij.

Edo zat heel betrokken aan mijn bed en hield mijn hand vast. Ook mijn moeder was op de achtergrond op een prettige manier aanwezig.

Na uren kreeg ik behoorlijk pijn in mijn lichaam en ik wilde draaien, maar dat wekte een uiterst pijnlijke wee op. Ik voelde hoe Thijs vast zat en raakte in paniek. Of het mijn eigen paniek was, of die van Thijs, dat weet ik niet. In ieder geval kon ik er niet meer uit komen. “Niet op de pijn concentreren,”  schoot door mijn hoofd. Ik ademde en pufte, maar kon alleen nog maar kreunen en bleef hangen in “nee, nee, nee.” Ik kon me niet voorstellen dat ik ooit nog zwanger wilde worden. Dit was hel en niet voor herhaling vatbaar!

Vaag kreeg ik mee dat Edo op de alarmknop drukte, nadat ik 10 minuten eerder om pijnbestrijding had gevraagd, maar er niemand kwam. Nog eens 10 minuten later stond er een heel team aan verpleegkundigen aan mijn bed. Later bleek dat Edo de gang op was gerend om om hulp te roepen. Daar had ik niets van meegekregen.
De verloskundige hielp me snel uit mijn paniekaanval en sprak Edo er op aan dat zijn manier van handelen toch echt niet de bedoeling was. Ze was met een bevalling bezig geweest en kon niet zomaar weg. Maarja, dat was ons niet bekend. De informatie-voorziening was niet echt denderend.

De verloskundige toucheerde me en ik hoopte op volledige of bijna volledige ontsluiting te zitten, maar ik zat nog steeds maar op 4 cm. Er was urenlang helemaal niets gebeurt! Het hoofdje van Thijs oefende helemaal geen druk uit en al die weeën waren eigenlijk voor niets.

Daarop koos ik voor een ruggenprik, want ik kreeg het gevoel dat een natuurlijke bevalling er niet in zat. Dat gevoel had ik al eerder gehad, dat ik het hele medische traject tot een keizersnee aan toe zou moeten volgen, maar ik hoopte het mis te hebben. Een natuurlijke bevalling bleef mijn voorkeur hebben. Maar zulke krachtige weeën, zonder dat ze iets deden, dat hield ik niet langer vol.
Het duurde nog ruim een uur voor ik naar de anesthesie-kamer kon en ik had spijt dat ik niet voor een andere verdoving had gekozen. Ik hoorde Edo en mijn moeder wel en sprak ook wel min of meer met hen, maar over het algemeen was ik druk bezig met het geconcentreerd wegademen van de weeën.

Eenmaal bij anesthesie kon ik vrijwel geen woord meer uitbrengen. Vragen beantwoorde ik zo kort mogelijk en ik was niet in staat om mijn hoofd op te tillen. Edo vulde me zo goed mogelijk aan.

Gelukkig stond er een heel leuk team klaar en kon ik luisteren naar grapjes en gevatte opmerkingen. Je moet behoorlijk adrem zijn om op die afdeling te werken!

Na heel wat gedoe (ik heb een scheve rug en het zetten van de ruggenprik ging niet zonder slag of stoot), zat de verdoving er in en kon ik me ontspannen. Ik kon de weeën nog wel voelen, maar nu zonder de enorme pijn. Zoals de anesthesist al had voorspeld kon ik al snel weer lachen en praten.

Terug op de afdeling werd de dosis hormonen (oxycotine) steeds verhoogd, maar zonder resultaat. De weeën-activiteit nam langzaam af. Alleen kort na een verhoging werden de weeën wat erger, maar zwakten dan al snel weer af.

De verloskundige die avonddienst had , zei dat we nog wel een tijdje op deze manier door konden gaan. De ontsluiting vorderde heel langzaam (ik zat ‘s avonds op 7 cm.) en we konden zien of het nog verder zou gaan. Ik twijfelde daarover. Ze zei namelijk ook dat Thijs goed ingedaald was, maar zelf had ik dat idee helemaal niet. En hoe kon het dat iedereen zei dat hij niet goed met zijn hoofdje drukte en dat zij hem wel goed kon voelen?

 Inmiddels had ik naast alle middeltjes die ik al had, er nog antibiotica bijgekregen, omdat ik verhoging had. Daar wilde ik graag vanaf, want ik ben geen fan van antibiotica.

Edo zag heel erg op tegen een keizersnee, dus ik gaf het het voordeel van de twijfel. Zelf wilde ik ook niets overhaasten en nog steeds een natuurlijke bevalling (zo ver als mogelijk) de kans geven. Ook was ik best wel bang voor de persweeën, want de paniekaanval en de pijn zaten nog vers in mijn achterhoofd. Het bleek echter dat de ruggenprik er niet helemaal uit zou hoeven, maar dat ze de dosis konden verlagen. Ik zou dan wel kunnen persen, maar de pijn zou niet overheersen. Dat gaf enorm veel rust.

Na de dienstwissel kwam een verloskundige bij me kijken. Er zou een echo gemaakt worden, maar ze wilde me zelf nog even toucheren. Al binnen een minuut keek ze me aan en zei dat het zo niet zou gaan werken. Ik zou misschien tot 9 centimeter ontsluiting komen, maar de 10 zou ik volgens haar nooit halen.

Na overleg met de gynaecoloog werd de echo uitgevoerd en toen werd het zichtbaar: Thijs lag met zijn rug recht en zijn hoofdje gedraaid. Hij kon er helemaal niet uit! Precies wat ik ‘s ochtends al had gevoeld.

Alle spijt die ik over de ruggenprik gevoeld had, was in een klap verdwenen. Ik had er goed aan gedaan (en dit werd ook bevestigd door diverse verpleegkundigen en artsen).

Ik werd ingepland voor een keizersnee, maar moest wachten tot de OK vrij was. Voor me was een keizersnee en nog een andere operatie, dus het duurde even. De verpleging en Edo maakten van de tijd gebruik om mijn spullen in te pakken en te verhuizen naar een andere kamer.

Na een uur was ik aan de beurt. De ruggenprik moest opnieuw gezet worden en dat kostte een half uur. Volgens mij is er wel 10 keer geprikt voor ze goed zaten en er werd ook nog een bloedvat geraakt. Ik werd overstelpt met complimenten over hoe rustig ik me hield (die complimenten had ik eerder ook al gekregen over hoe ik omging met de weeën) en hoe goed ik meewerkte. Voor mij was dat logisch, want hoe rustiger ik me hield, hoe sneller het allemaal zou gaan. En dit team was ook weer heel gezellig en betrokken, dus dat maakte dat ik me op mijn gemak voelde.

Edo stond intussen in een speciaal pak op de gang te wachten, want hij mocht pas bij me wanneer alles gereed was.

Mijn armen werden vastgebonden aan plankjes aan de zijkant van het OK-bed en een beeld van Jezus flitste door mijn hoofd. Ik verdrong de gedachte ook snel weer, want het is natuurlijk niet te vergelijken.

Een luchtkussen met warme lucht zorgde er voor dat ik het niet koud kreeg en toen kon de operatie beginnen. Edo stond naast me en kon meekijken, een verpleegster maakte foto’s.

Al heel snel hoorde ik een babietje huilen, maar het drong niet meteen door dat dit huiltje van Thijs was. Ik was wakker en ontspannen, maar er niet helemaal met mijn gedachten bij. De anesthesist moest me er op wijzen dat de gynaecoloog Thijs boven het doek hield, zodat ik hem kon bewonderen.

Een paarsgrijze alien, met verfrommeld gezichtje en verpakt in een dikke laag huidsmeer. Dit was mijn kindje, dit kwam uit mijn buik.

Thijs werd meteen meegenomen door de kinderarts en ik stuurde Edo met hem mee. In gedachten liep ik wel mee, maar echt contact was er niet. Het voelde zo onwerkelijk allemaal. Dat ik daar lag op de operatietafel, zonder gevoel in buik en benen, en dat mijn kindje uit me was.

Even later kwam Edo terug met Thijs in zijn armen. Thijs had een mutsje op en lag in dikke doeken gewikkeld. Alleen een stukje van zijn gezicht was zichtbaar, maar ik kon hem niet aanraken.

Nu ik dit zo type, voel ik intens verdriet. Ik had Thijs zo graag op mijn buik gehad, wilde hem zo graag aaien en knuffelen, maar de 10 centimeter afstand voelden als 10 kilometer. Zou hij me wel kennen als zijn moeder?

Toen de hechtingen gezet waren, kon ik op een ander bed en naar de verkoeverkamer. Ik mocht Thijs in mijn armen houden en dat was erg fijn. De doeken zaten er nog wel tussen, maar ik had hem in ieder geval bij me. Kon kusjes geven op zijn gezichtje.

Edo maakte een paar hele mooie foto’s en al snel mocht ik naar mijn kamer op de verloskunde afdeling. Een andere, veel grotere kamer dan waar ik eerder lag. Dat had ik te danken aan de keizersnee. 

Een verpleegster kleedde Thijs en mij aan en maakte nog een paar foto’s van ons drietjes. Inmiddels was het al kwart over zes. Edo was 24 uur wakker en ik het dubbele daarvan.

Ik zette mijn bed op gelijke hoogte met het wiegje van Thijs, zodat ik naar hem kon kijken. Uiteindelijk hebben we een uurtje kunnen slapen en toen scheen de zon volop in onze kamer.

Edo was erg onder de indruk van de bevalling en alles er om heen. En ook het slaaptekort speelde hem parten. Omdat Thijs behoorlijk groot was (52 cm en 4450 gram), hadden we kleertjes nodig in maat 62. Daar had ik niet op gerekend, want ik vond maat 56 al behoorlijk. Dus Edo ging naar huis wat spullen halen en daarna naar de winkel om nieuwe kleertjes te kopen. Dat gaf hem de kans om in de buitenlucht te zijn en de heftige bevalling al een klein beetje te verwerken.

Intussen arriveerden mijn ouders om hun nieuwste kleinkind te bewonderen. Het was heerlijk om dit met hen te delen en te zien wat de geboorte met hen deed. Alle pijn en verdriet waren vergeten en ik kon me weer voorstellen dat ik nog eens zwanger zou worden.

Uiteindelijk ben ik van zondag tot en met vrijdagochtend in het ziekenhuis gebleven. Het was niet leuk dat ik Thijs niet zelf uit zijn wiegje kon halen, maar gelukkig was de verpleging erg betrokken en hielpen ze graag. Voor kraamzorg was er weinig tijd en dat was jammer, maar ook begrijpelijk. Het zorgde er wel voor dat Edo de vaderrol op zich heeft genomen en dat hij in korte tijd het vertrouwen ontwikkelde om voor Thijs te zorgen. Luiers verwisselen, flesjes maken, met Thijs knuffelen, niets was en is hem teveel en dat is fantastisch om te zien. Zo mooi, die liefdevolle band tussen vader en zoon! Ik ben weer helemaal opnieuw verliefd en dat is fantastisch.

Ik vond het moeilijk om afstand te nemen van Thijs en nam hem regelmatig bij me in bed. Echt slapen kon ik dan niet, maar dat kon me niets schelen. Het was gewoon genieten om hem maar een paar centimeter van me vandaan te hebben.

Toch heb ik er geen moeite mee om Thijs in handen van anderen te geven. Ik hoop dat hij het vertrouwen ontwikkelt om zich bij anderen veilig te voelen. In ieder geval bij de mensen bij wie ik me veilig of op zijn minst op mijn gemak voel. Ik wens hem toe dat hij zich vrij kan voelen.

Op vrijdagochtend zag ik tot mijn verbazing een druppeltje melk uit een borst komen en ik vroeg meteen naar de mogelijkheden. Ik had me er namelijk helemaal op ingesteld dat ik geen borstvoeding zou kunnen geven, terwijl ik dit wel zielsgraag wilde.

Uiteindelijk heb ik met de kraamzorg geprobeerd om een klein beetje borstvoeding te geven, naast volledige flesvoeding, maar we waren er te laat bij. Dit heb ik moeten verwerken en het is me nog niet helemaal gelukt om het een plekje te geven, maar ik doe mijn best. Verder neem ik me voor om er, mocht ik nog een keer een kindje mogen krijgen, de volgende keer meteen werk van te maken. Thijs heeft hier niets aan, maar daar kan ik jammer genoeg niets meer aan veranderen.

Het mooie van flesvoeding is dat Thijs een band met zijn vader op kan bouwen en dat is toch ook erg mooi om te zien. De keizersnee heeft een behoorlijke impact op me gehad en af en toe is het wel fijn dat ik een nachtje in bed kan blijven en dat Edo voor Thijs zorgt. Edo en ik vullen elkaar goed aan en daar ben ik iedere keer weer dankbaar voor.

Vlak voordat we naar huis mochten, werd Thijs nog gecontroleerd door een kinderarts. Hij zag een vleugje geel en zou misschien onder de blauwe lamp moeten. Gelukkig bleek dit niet nodig en uiteindelijk waren we om 14.30 uur thuis.

Eerlijk gezegd was het wel even wennen. In het ziekenhuis had ik een enorme suite, 24 uur per dag hulp ter beschikking en was alles aangepast (verstelbaar bed, douche met stoel, etc.) Maar na een paar minuten was ik toch wel blij om thuis te zijn. Er stond een mooi bord in de tuin dat aan de buurt liet weten dat Thijs geboren was, Edo had het huis netjes onderhouden en alles stond klaar om Thijs welkom te heten.

Voor we goed en wel gewend waren aan een nieuw wezentje in huis, stond de kraamhulp voor de deur. Een enthousiaste vrouw met een gezellige babbel. Oef, dat was even wennen. Edo en ik zijn erg rustig en gesteld op stilte. Toch had ik ergens wel het gevoel dat het goed zou komen. Edo en ik bespraken ‘s nachts hoe we er over dachten en namen ons voor de volgende dag met de kraamhulp te overleggen. Dit pakte goed uit en mijn kraamtijd was heerlijk. De kraamhulp toonde ons diverse technieken, zodat we zelf konden kiezen wat het beste bij ons past. We kunnen Thijs in bad doen, in de tummytub en onder de douche nemen. We weten hoe we flesvoeding vers maken en op voorraad. En ook op welke manieren je Thijs vast kunt houden we en welke uitwerking dat ongeveer heeft.

De eerste dagen was het vooral Edo die alles leerde, omdat ik nog niet veel kon. De laatste dagen heb ik zelf ook kunnen oefenen. Nu is het fijn dat we samen kunnen overleggen en dat we het vertrouwen in elkaar hebben dat we allebei goed met Thijs om kunnen gaan.

Edo helpt goed mee in het huishouden en ik leer steeds beter om hem om hulp te vragen. De eerste dagen was ik sterk geneigd om mijn oude zelfstandige leventje op te pakken, maar dat voelde ik al snel in mijn lichaam. Kraamtranen, buikpijn en vermoeidheid lieten me snel weten dat ik het rustiger aan moest gaan doen. Nu vraag ik Edo of hij Thijs de trap op en af wil nemen, of hij misschien een luier wil verschonen en of hij een keertje exta wil stofzuigen. Uit zichzelf doet Edo alle was, doet hij boodschappen en kookt hij. En vaak staat Edo ‘s nachts naast het bed, zodat ik er niet uit hoef. Gelukkig is Thijs ontzettend tevreden en makkelijk en hebben we al een aantal nachten door kunnen slapen. Dat was een grote verrassing en we verwachten niet dat het al zo blijft, maar we genieten er wel van.  

Thijs leert me praten. Ik vertel hem hoe knap, lief, slim, geweldig, stoer, tevreden hij is. Hoe goed hij kan poepen, plassen, boeren, eten. Hoe fijn ik het vind dat hij zijn stem laat horen, dat ik geniet van zijn geluidjes. En meer van dat soort dingen. Uren kan ik tegen hem praten. Verder leert hij me ontspannen. Zo heb ik vandaag heerlijk met hem op de bank naar muziek liggen luisteren. Er was vanalles wat ik wilde doen, maar dat kon me gestolen worden. Gewoon met Thijs knuffelen was even het belangrijkste en niets anders deed er toe.

Af en toe zing ik voor hem, ook al ken ik bijna geen liedjes. En ik lees hem verhaaltjes voor, waar hij aandachtig naar luistert.

Ik zeg niet dat het allemaal makkelijk is. Er zijn ook momenten van verdriet en soms zelfs boosheid. Af en toe weet ik niet wat ik moet doen, begrijp ik niet wat Thijs van me wil of werkt Edo me op de zenuwen. Ik weet niet wat de toekomst allemaal gaat brengen. Nu is Edo nog thuis, straks moet ik het alleen gaan doen.

Maar nu, op dit moment, ben ik ontzettend gelukkig. Ik noem mezelf vaker “mamma” dan “ik” en ook Edo laat zich zonder blikken of blozen “pappa” noemen en noemt zichzelf ook zo. Wie had dat kunnen denken?

 

Thijs, zo ontzettend bedankt dat je bij ons bent!!!

Een dikke kus van mij,

je mamma.







arrow up naar boven
26 april 2011
arrow

De laatste loodjes

 

 

arrow up naar boven
21 april 2011
arrow

Communicatie

 

Nu ik zowel bij de verloskundige als de gynaecoloog onder behandeling ben, valt het me weer eens goed op hoe slecht er gecommuniceerd wordt.
Hoewel mijn hele zwangerschap prima verloopt, vond de verloskundige het toch beter om me door te verwijzen in verband met een teveel aan vruchtwater. In 9 van de 10 gevallen is er niets aan de hand en dat zal bij mij ook het geval zijn, maar het is niet verkeerd om het zeker te weten. (En aangezien Nederland internationaal als barbaars gezien wordt op het gebied van zwangerschaps- en geboortebegeleiding, kan ik me wel voorstellen dat ze niet teveel risico willen nemen).
Er was een afspraak gemaakt bij de gynaecoloog en ik dacht ook voor een echo. Die echo was echter niet gepland. En ik werd wel doorverwezen voor bloedonderzoek, zoals de verloskundige had gemeld, maar de uitslag kreeg ik niet meteen. Verder duurde de suikertest een uur en dat hoorde ik pas bij het priklab, terwijl de gynaecoloog dit had moeten melden.
Een extra echo werd wel raadzaam geacht, maar die kon die dag niet gepland worden, want alleen haar collega maakte die planning. Dat vond ik heel vreemd, maar inmiddels weet ik waarom dat niet kon. Ik moest aangemeld worden voor een geavanceerd ultrageluidsonderzoek (GUO) en dat kan alleen bij specialistische echoscopisten. Blijkbaar was dit echter niet duidelijk gecommuniceerd, want ik werd alsnog gepland voor een standaard echo. Dit met als resultaat dat ik morgen voor de derde keer naar het ziekenhuis moet voor de echo die ik vorige week al dacht te krijgen.
De gynaecoloog waar ik op gesprek ging voor de uitslag van de bloedtest was erg vriendelijk. Hij gooide met termen, maar legde ze in ieder geval wel uit. Zo weet ik nu dat de oorzaak van het teveel aan vruchtwater vooralsnog "cryptogeen" is (raadselachtig), dat de term voor teveel vruchtwater "hydramnion" is en dat ik geen "multi" ben, maar een "prime" (eerste voldragen zwangerschap).
Wat nog wel onduidelijk was, was dat de verloskundige dinsdag zei dat de kleine nauwelijks is ingedaald en dat de gynaecoloog woensdag zei dat de baby stevig in het bekken ligt. Naar mijn idee is dat hetzelfde, maar met een beetje googlen kwam ik er achter dat dit niet per definitie zo is.
Ook vind ik het vreemd dat iedereen het zorgelijk vindt dat ik een hoge bloeddruk heb, maar dat het verder alleen bij die constatering blijft. Ik krijg geen tips, medicatie, of wat dan ook.
Het devies lijkt "we kijken er een volgende keer nog wel naar", of "de gynaecoloog moet er maar wat over zeggen," maar echt uitgesproken wordt dit niet.
Ik werd doorverwezen voor een CTG-scan. Ik wist niet wat dit was, maar het blijkt een uitwendig onderzoek middels een band om de buik te zijn waarbij de hartslag van de baby gemeten wordt. Ook kreeg ik een band om mijn buik waarmee gemeten werd of ik harde buiken had en werd iedere vijf minuten mijn bloeddruk gecontroleerd.
Had ik aan het begin van het uur geen klachten, aan het eind leek het wel alsof ik met een hernia naar huis zou gaan. Niet echt handig dat een zwangere vrouw een uur lang op haar rug moet liggen.
Er waren heel veel bevallingen, dus eigenlijk had niemand in de verloskamers tijd voor me. De verpleging deed wel erg hun best en daar heb ik bewondering voor. Zelf weet ik niet of in zo'n stressvolle omgeving zo kalm en behulpzaam zou kunnen blijven.
Uiteindelijk kwam er na lang wachten een jonge gynaecoloog (? Ik weet eerlijk gezegd niet wat haar functie was) met de mededeling dat alles goed was. Had ik al een afspraak gemaakt bij de gynaecoloog? Nee, want ik mag gewoon bij mijn verloskundige blijven.
Maar ik zou toch zeker wel in het ziekenhuis bevallen, of niet?
Euh nee, ik ben nog steeds van plan om thuis te bevallen en de gynaecoloog die ik eerder op de dag sprak, zag geen reden om dat te wijzigen.  
Toen kwam er een blik op haar gezicht alsof ik met levens speelde, draaide me de rug toe en dat was dat.
Gelukkig was ik al op de hoogte dat het tegenwoordig als gangbaar gezien wordt om in ieder geval je eerste kind in het ziekenhuis te krijgen.
De secetaresse van de gynaecoloog had gezegd dat ze naar de verloskamer zou bellen om de dag en tijd van de GUO door te geven. Zelf had ik al mijn twijfels en het leek me handiger om gewoon terug naar de balie te gaan. Maar ze had gezegd dat ze zou bellen, dus ik sprak iemand in de verloskamer daarop aan. Ze wisten echter van niks en het duurde ook even voordat ze begrepen wat ik bedoelde. Want wat hadden zij met echo's te maken?
Ja, dat weet ik niet. Ik doe alleen wat me gezegd is.
Nadat vier mensen ondervraagd waren, werd duidelijk dat er niet gebeld was en dat ik dus toch beter even naar de balie van de gynaecoloog terug kon gaan.
Daar was het net als in de verloskamer een topdrukte. Ook hier weer bewondering voor de secetaresse dat ze toch gewoon kalm kon blijven en rustig haar werk bleef doen.
Het plannen van zo'n GUO blijkt nog niet makkelijk, want er moesten meerdere mensen aangesproken worden, lijsten vol kleine cijfertjes kwamen er aan te pas en uiteindelijk was het "vrijdag kwart voor vier, zeg maar gewoon 'ja'. " Okay, "ja".
De afspraak voor een bezoekje aan een gynaecoloog kon ze nog niet voor me plannen, want het rooster zat helemaal vol. Ze moest er mensen bij gaan regelen en hoopte dat vrijdag voor elkaar te hebben.

Pfoeh, en dan vinden mensen het gek dat ik thuis wil bevallen?
De stress die ik met alle onderzoeken "alleen voor de zekerheid" heb, lijkt me niet echt een positieve bijdrage aan een gezonde zwangerschap.
Er wordt naar elkaar doorverwezen, er wordt halve informatie gegeven, zodat niemand weet wat hij/zij nou precies moet doen en ik weet al helemaal niet wat ik nou moet. Behalve er rekening mee houden dat ik hele middagen in het ziekenhuis door moet brengen, veel moet wachten en zonder duidelijke informatie weer naar huis ga.

Ergens denk ik dat het toch anders zou moeten kunnen. Het zou al helpen wanneer mensen elkaar echt aan zouden kijken. Nu is er wel oogcontact, maar in het hoofd is zoveel chaos, dat een werkelijk gesprek niet tot stand komt.
Ik begrijp dat niet iedereen zoveel informatie wil als ik, maar misschien zou het helpen om een soort van protocol op papier te zetten. En dan niet zo'n mentaal management gevalletje, maar vanuit betrokkenheid en inlevingsvermogen in de patiënt/cliënt. Ik ga daar nog eens over nadenken... 

arrow up naar boven
14 april 2011
arrow

Zwangerschap

 

Na mijn miskraam in juni vorig jaar, wilde ik liefst zo snel mogelijk weer zwanger worden. Het was namelijk een fantastisch gevoel, zwanger zijn. Verwachtingen, wensen, hoop, trots zijn op mijn lichaam dat een kindje aan het maken was.
Voor mij was het vooral genieten, omdat ik eigelijk nergens last van had. Geen misselijkheid zelfs.
Het deed ontzettend veel pijn om van al die wensen en verwachtingen weer afscheid te moeten nemen. Ook al wist ik dat het beter was zo (het is toch mooi dat de natuur al ingrijpt wanneer het mis gaat en dat je die keuze niet bewust hoeft te maken), het was een harde klap. Nog even niet bij de babykleertjes kijken, niet dromen over een dikke buik en het inrichten van een kinderkamer. En nog niet uitkijken naar verlof en het opvoeden van een mini-mensje.
Wel mocht ik bezig zijn met mijn bruiloft. De zwangerschap was aanleiding om de knoop door te hakken en ons samenwonen, dat ons beide goed beviel, om te zetten in samen getrouwd zijn. Een prachtige jurk heb ik mede dankzij mijn ouders kunnen dragen en het was een hele gezellige, informele dag. Een klein tuinfeest met bbq onder een enorme kastanjeboom.
Wat de dag voor mij extra bijzonder maakte, was de wetenschap dat ik opnieuw zwanger was. Vol ongeduld had ik gewacht op het moment dat ik een test kon doen en ik was zo ontzettend blij met de positieve uitslag.
Hoewel we de vorige keer al snel het nieuws met familie en vrienden deelden, waren we daar nu wat voorzichtiger mee. We lieten het onze ouders weten, maar verder wilden we toch graag de echo afwachten.
Die echo hadden we op 16 oktober en met een positieve uitslag. Wat had ik in spanning gezeten en wat hadden er veel angsten door mijn hoofd gespeeld. Het zou toch niet zo zijn dat ik ook van dit kindje afscheid zou moeten nemen?
Nee, gelukkig niet. Alles zag er prima uit.
Mijn buik groeide al behoorlijk en daar stond ik dan voor het eerst heel onzeker in de Prenatal winkel. Hoewel het voor de buitenwereld ook nog gewoon een dikke buik kon zijn, vond ik mezelf wel toe aan mijn eerste positie-broek.
Snel daarna volgden shirtjes, tuniekjes en nog een andere broek. Verstopte ik normaal mijn buik, nu ging ik voor de strakke kledingstukken. Mijn taille bleef namelijk in orde en mijn buik wilde ik juist accentueren.  
Ook deze zwangerschap had ik geen last van misselijkheid en was vermoeidheid het enige waar ik zo af toe mee te kampen had. Beter kon het niet.
De 20-weken echo liet ons weten dat we een jongetje verwachten. We hadden zelf voornamelijk rekening gehouden met een meisje, dus we moesten even omschakelen, maar ik voelde me al heel snel een jongetjes-mama. Toch wel leuk om het over ventje, kereltje, mannetje te kunnen hebben, in plaats van het algemene baby.
Ik stond te stuiteren van enthousiasme en kon niet wachten met het aanschaffen van de kinderwagen, box, kinderkamer, knuffeldieren, kleertjes en alle andere spullen die nodig zijn voor een baby. Veel hebben we 2e hands gekocht en dat was een mooi excuus voor mij om op tijd beginnen met zoeken. Ik moest er niet aan denken dat we niks leuks zouden kunnen vinden.
Dat viel reuze mee en meestal werd mijn eerste bod al geaccepteerd. Zodoende was ik al rond de 30 weken helemaal klaar met alles. Met 33 weken had ik zelfs alle kleertjes al gewasen en gestreken, dus ik was helemaal baby-ready.
Gelukkig had ik nog een groot illustratie-project, heb ik het bouwen van deze site opgepakt en zo waren er nog andere dingen om mijn tijd mee te vullen. Had ik me dus best veel met de baby bezig gehouden, nu kwamen er weken waarop ik me vooral richtte op tekenen, programmeren en andere non-baby-gerelateerde activeiten. Alleen de nesteldrang en het bijbehorende poetsen, dat stak (en steekt) regelmatig de kop op.  Ik moet er niet aan denken om straks mensen over de vloer te krijgen en dat die denken "wat een bende is het hier."
Inmiddels ben ik ruim 37 weken zwanger en is het moment dat ik de kleine man in mijn armen kan houden bijna aangebroken. Eerlijk gezegd ben ik daar ook echt aan toe. Mijn buik is enorm (ik ben bijna 16 kilo aangekomen en die zitten vrijwel allemaal in mijn buik) en ik ben onder controle van de gynaecoloog gesteld. Niet 100%, maar meer als second opinion. Dat brengt met zich mee dat verloskundigen en gynaecologen onderling met elkaar moeten overleggen, maar dat gebeurt jammer genoeg niet. Het resultaat is dat ik met heel weinig informatie in het ziekenhuis terecht kwam en dat ik eigenlijk nog steeds niet weet wat de bedoeling is. Komende week krijg ik de uitslag van een bloedonderzoek en krijg ik een extra echo, maar het kan zomaar zo zijn dat de baby eerder geboren wordt. De echoscopiste waar ik afgelopen vrijdag was, achtte die kans in ieder geval erg groot. Mijn ventje is al zo groot en zwaar als een volgroeide, 40-weken oude baby. Misschien heeft hij het wel gehad met de krappe ruimte en baant hij zich een dezer dagen een weg naar buiten. Maar misschien vind hij het ook heel knus en blijft hij nog lekker zitten.
Ik kan niets anders dan maar gewoon afwachten. Een uitdaging voor mij, want ik heb niet meer zoveel energie om dingen te ondernemen en geduld is een voor mij onbekend woord. Wellicht dat ik daarom sinds gisteren een griep onder de leden heb en dus wel in bed moet blijven.

De zwangerschap is een ontzettend bijzondere ervaring, die ik eigenlijk iedereen kan aanbevelen. Het is een wonder om iets in je buik te voelen bewegen en te beseffen dat dat een klein kindje is. Dat je lichaam hard aan het werk is om een kleine versie van jou en je partner te maken, maar dan een versie die zijn eigen wil zal hebben.
Het is bijzonder om een extra hartje te horen kloppen, een klein mensje op de echo te zien en om trots te kunnen zijn op een dikke buik.
Anderzijds brengt het ook angsten, onzekerheden en pijn met zich mee. Er zijn dagen dat ik mezelf niet meer herken. Ik heb last van huilbuien, vraag me af of ik wel een goede moeder zal zijn, of ik wel het recht heb om een kindje op deze wereld te zetten, baal van het feit dat ik niet meer goed kan lopen en bukken. Ik was niet blij met de rugpijn en soms vind ik het ook gewoon helemaal niet leuk om de hele dag alleen thuis te zijn en niet te werken. Niets voor mij om aan het eind van de dag alleen te kunnen zeggen "ik heb de badkamer gepoetst en verder alleen maar wat rondgehangen."
Was ik er in het begin van de zwangerschap van overtuigd dat ik fulltime moeder wilde worden, nu ben ik daar niet meer zo zeker van.
Maar ach, wat kan ik er nu van zeggen. Een kindje in mijn buik is zo anders dan een kindje in mijn armen.
Ik hoop dat mijn bevalling voorspoedig zal verlopen en dat ik het geluk van een baby mag delen met een man die heel trots en betrokken zal zijn.
Ik hou je op de hoogte.

arrow up naar boven
06 april 2011
arrow

Snoepje

 

"Stop er een snoepje in en het is weer goed."

Dat is iets wat in deze samenleving veelvuldig toegepast wordt.
Zeg iets gemeens, koop een bos bloemen en je mag verwachten dat je vergeven wordt. Geef je iemand te weinig aandacht? Dan geef je wat geld zodat hij/zij kan gaan winkelen en klaar ben je.
Emotionele verwaarlozing en beledigingen, ze kunnen afgekocht worden.
Degene die verwaarloosd of beledigd wordt, die leert blij te zijn met kleine dingen. Het wordt een overlevingsmechanisme om het gevoel van verdriet uit te schakelen en een prachtige glimlach op het gezicht te toveren. 
Als je het te ver laat komen, dan heb je op een gegeven moment ook geen woorden meer om uit te spreken wat er werkelijk in je leeft. Het begrip voor de ander, de dankbaarheid voor de gift, die verdringen al het andere uit je systeem.
Totdat het een keer teveel is, de bom barst en je er serieus over nadenkt de scheiding aan te vragen of te breken met vriend, vriendin of familielid. Al die tijd heb je gegeven en gegeven en maar weinig terug gevraagd. En nu is het genoeg, nu wil je dat je gezien wordt.
Dan komt daar die man of vriendin. Je bent nieuw, je kunt je verhaal kwijt en het lijkt alsof je de ware gevonden hebt. Deze persoon luistert wel, deze persoon geeft je precies wat je nodig hebt.
Totdat de sleur er in komt en je langzaamaan weer afgekocht wordt. 
Omdat je niet eerlijk bent geweest over jouw gevoel. Begrip hebben voor de ander is leuk en aardig, maar heb je ook begrip voor jezelf? Kun je uitspreken wanneer iets je niet aan staat? Kun je accepteren dat de ander net zo goed zijn/haar gebreken heeft als jij?
Kun jij onder woorden brengen wat jij nodig hebt? Of laat je de ander daarnaar gissen en zal diegene eigenlijk automatisch de plank mis slaan? 

Tijd om het patroon te doorbreken. Geen snoepjes meer te accepteren, maar aan te geven wat je nodig hebt. En als je dat niet weet, om dan samen op ontdekkingstocht te gaan.   

arrow up naar boven
30 maart 2011
arrow

Leiderschap

 

Soms heb ik heel veel woorden nodig om uit te leggen wat ik bedoel, vind of voel. Soms is er echter één zin die voor mijzelf de essentie is van een wirwar van bedenksels en gevoelens.

"Ik wil van mezelf een goedlopend bedrijf maken."

Dit zei ik onlangs. Al jaren worstel ik met hoe ik een plekje kan vinden in de maatschappij. Ik wil werken, maar pas steeds maar niet in het systeem.
Sja, wanneer ik van mezelf een goedlopend bedrijf maak, dan ben ik aan het werk. Het is zelfs meer dan een full-time baan.

arrow up naar boven
28 maart 2011
arrow

Een nieuwe site!

 

{#emotions_dlg.welcome} 

Allereerst welkom op mijn vernieuwde site!

Al sinds vorig jaar zomer ben ik bezig met het ontwerpen en bouwen van een nieuwe site, maar het wilde steeds maar niet van de grond komen. Ik bleef veranderen van ontwerp, structuur en wat ik er aan informatie in wilde hebben.
Vandaag heb ik de knoop doorgehakt en heb ik besloten om maar gewoon te beginnen en in de loop der tijd de site aan te vullen met extra informatie.

Uiteindelijk wil ik mijn diverse sites combineren, zodat alles op één plek te vinden zal zijn. Informatie over mijn werk als spiritueel therapeut, een galerie met mijn tekeningen, schilderijen en websites, een weblog over mijn persoonlijke ontwikkeling, een pagina met een overzicht van mijn inspiratiebronnen en uiteindelijk zelfs een kleine webshop.  
Omdat dit alles veel werk is (en dan vooral achter de schermen), zal het een tijdje duren voordat het project voltooid is, maar dat houdt ook de spanning er een beetje in, zullen we maar zeggen.
Ik heb in ieder geval ontzettend veel zin om deze site stukje bij beetje uit te breiden en ik hoop dat jullie met veel plezier deze site zullen bezoeken.

Wil je iets kwijt over de site, heb je een opmerking of vraag, of wil je gewoon van je laten horen? Neem dan contact met mij op, of laat een berichtje achter in mijn gastenboek.

 

arrow up naar boven
 



Warning: mysql_free_result() expects parameter 1 to be resource, null given in /public/sites/www.ellufie.nl/blog.php on line 196